De Keure van Puurs

In 1292 verkreeg Puurs zijn keure/gemeenterechten waarin wederzijdse rechten en plichten schriftelijk werden vastgesteld. Dat is ondertussen 730 jaar geleden. Officieel tekenen we 1 november 1292 op als het moment waarop de keure werd opgesteld.

De keure van Puurs maakt deel uit van een belangrijke groep Brabantse keuren die gedurende de twaalfde en dertiende eeuw hetzij door de hertog, hetzij door afzonderlijke heren, werden uitgevaardigd. 42 van de 57 artikels vinden we ook terug in Brabantse keuren. In de meeste gevallen is er nauwelijks een inhoudelijk verband, maar dit wordt beschouwd als ondergeschikt belang. Het verwantschap met de Brabantse keure is onbetwistbaar.

Waarschijnlijk hebben Abt Jacob en Heer Philips van Vianden de zaken besproken, die ze graag wilden geregeld zien en mogelijk is het eerste resultaat van hun gesprek een voorlopig ontwerp geweest.

Het eindresultaat “De keure van Puurs” was een perkamenten document in vroeg gotisch schrift en in het dubbel geschreven.  Eeuwenlang bewaarde men, één exemplaar, van dit kostbare stuk in het archief van de abdij (St.Bernards te Hemiksem) en het andere exemplaar in de kerktoren van Puurs (schepenbank).

‚Äč1727 – Begin der keure van Puurs 1292 – “Aan al degenen die deze brief zullen zien of horen lezen, wij, broeder Jacob, abt, en de abdij (convent) van Sint. Bernards van de orde van Citeaux, heer van het dorp Puurs, en Philips van Vianden, heer van Rumst en voogd van het dorp Puurs


Dit document was officieel door zijn oorsprong, omdat het opgesteld werd door het gezag zelf, Abt Jacob van de Sint- Bernardusabdij en Heer Philips van Vianden, die samen “De keure van Puurs” uitvaardigden. Door hun autoriteit gaven ze aan dit stuk de garantie van echtheid en betrouwbaarheid.

Over wat er uiteindelijk van het origineel, van de keure van Puurs, is geworden, valt slechts te gissen. Het exemplaar dat eeuwen bewaard werd in het archief van de abdij is mogelijk verloren gegaan tijdens de zware brand, die in 1672 de abdij teisterde en waarbij vele boeken en kostbaarheden zijn verloren gegaan.
Op 7 mei 1727 was het origineel document, bewaard te Puurs, nog bestaande. Procureur Adrianus Verheyden (Puurs) schreef over de keure uit 1292 het volgende:
Teghens eenen parcquementen brief waer onder aen sijn hangende vier zeghels in groene wassche met noch drij vuythangende parcquementen steerten aen eenen vande welke noch was eenighen groene  wassche

Het exemplaar, bewaard te Puurs, is mogelijk in de torenbrand van 1737 gebleven. Gelukkig zijn bijna alle afschriften, met betrekking tot de abdij, in een “cartularium” geschreven en is hierdoor de inhoud bewaard gebleven. Het “cartularium” waarin “De  keure van Puurs” is bewaard in het archief van de St.Bernardusabdij te Bornem.

Het zegel van Puurs